Softwarepakketten.nl
erp software prodin

Begrippen

Begrippen > Wet elektronische handtekening

In 1999 is door de EU de “Europese Richtlijn elektronische handtekeningen (1999/93/EG)” vastgesteld. Volgens deze richtlijn zijn elektronische handtekeningen gelijkgesteld aan handtekeningen op een papieren drager. Voorwaarde is wel dat de elektronische handtekening voldoet aan bepaalde kwaliteitseisen, met name op het gebied van beveiliging.

In 1999 is door de EU de “Europese Richtlijn elektronische handtekeningen (1999/93/EG)” vastgesteld. Volgens deze richtlijn zijn elektronische handtekeningen gelijkgesteld aan handtekeningen op een papieren drager. Voorwaarde is wel dat de elektronische handtekening voldoet aan bepaalde kwaliteitseisen, met name op het gebied van beveiliging. Er is dan sprake van een gekwalificeerde elektronische handtekening. De wet elektronische handtekening is als afgeleide van de hiervoor genoemde Europese Richtlijn in Nederland tot stand gekomen in mei 2003 en heeft geleid tot aanpassing van Boek 3 en Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek, de Telecommunicatiewet en de Wet op de economische delicten inzake elektronische handtekeningen ter uitvoering van richtlijn nr. 1999/93/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 13 december 1999 betreffende een gemeenschappelijk kader voor elektronische handtekeningen (PbEG L 13) (Wet elektronische handtekeningen). Zie http://wetten.overheid.nl.

De wet geeft het juridisch kader voor het gebruik van elektronische handtekeningen en is onderdeel van het Burgerlijk Wetboek en de Telecommunicatiewet.

De wet schrijft niet voor met welke techniek een elektronische handtekening moet worden aangemaakt. Wel zijn eisen geformuleerd om de veiligheid en betrouwbaarheid te waarborgen, te weten:

  1. De handtekening moet op unieke wijze aan de ondertekenaar zijn verbonden.
  2. De handtekening maakt het mogelijk de ondertekenaar te identificeren.
  3. De handtekening moet tot stand zijn gekomen met middelen die de ondertekenaar onder zijn uitsluitende controle kan houden.
  4. Wijzigingen die achteraf aan de handtekening zijn aangebracht, moeten kunnen worden opgespoord.
  5.  De handtekening is gebaseerd op een gekwalificeerd certificaat als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel dd Telecommunicatiewet.
  6. De handtekening is gegenereerd met een veilig middel voor het aanmaken van elektronische handtekeningen als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel gg Telecommunicatiewet.

De eerste vier eisen gelden voor de geavanceerde elektronische handtekening. 

Alle zes de eisen gelden voor een gekwalificeerde elektronische handtekening. Een gekwalificeerde elektronische handtekening wordt dan juridisch gelijkgesteld aan een ‘gewone’ handtekening. Ook wel aangeduid als “Qualified electronic signature” (ETSI norm TS 101 456).

Bij de afgifte van een gekwalificeerde elektronische handtekening wordt gebruik gemaakt van een digitaal certificaat. Wordt in dit geval ook wel “certificaat voor onweerlegbaarheid” (of non-repudiation) genoemd. Als een ondertekenaar akkoord is met een tekst of afbeelding die hij voor zich ziet kan hij dat in betreffende toepassing (applicatie) aangeven en bevestigen met zijn smartcard of usb-stick. Deze handeling kan achteraf niet ontkend worden. 


Onerzoeksbureau GBNED